Voorbeelden
Onder deze links vindt u voorbeelden
van onze teksten.
Toespraak verjaardag Begrafenistoespraak
voor een vader
Herinneringen
van een oud-rechercheur
Fragment
uit Coby, mijn zusje
Impressie
van een reis
Herinneringen
aan een oom
Dachau
Verloren
Dagen
Brochure
Ruud Visser
Toerist
in eigen stad
|
Recht
al barste de wereld
Onderstaande
schokkende brief heb ik gevonden in het archief van justitie.
Hij is kort na de oorlog geschreven door de journalist Joop
Zwart. Hij beschrijft hoe Reina Prinsen Geerligs met Truus
van Lier en Nel Hissink- van de Brink geëxecuteerd
zijn en wat de Duitsers na hun dood met hun lichamen hebben
gedaan. Deze brief heb ik gepubliceerd in het boek: 'Recht
al barste de wereld', over Reina Prinsen Geerligs en de ondergang
van de verzetsgroep CS-6. De naam Reina Prinsen Geerligs is
vooral bekend geworden door de literaire prijs die haar ouders
hebben ingesteld voor debuterende schrijvers, en gewonnen
is door Gerard Reve en Harry Mulisch. Bovenstaande foto is
het executieterrein in Oranienburg waar de vrouwen zijn vermoord.
‘In
het begin van 1942 werd ik door de Duitsers gearresteerd en
als politiek gevangene naar het concentratiekamp Sachsenhausen
te Oranienburg gevoerd. Ik bleef daar tot begin februari 1945,
waarna ik werd overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.
Gedurende de tijd dat ik in het kamp Sachsenhausen was, vervulde
ik daar de functie van eerste tolk. Op grond van mijn functie
genoot ik enige vrijheden en kon ik mij in het kamp wat vrijer
bewegen dan de andere gevangenen, van welke vrijheid ik een
dankbaar gebruik heb gemaakt om met verschillende betrouwbare
personen contact te zoeken, waardoor wij elkander verschillende
diensten konden bewijzen en van gebeurtenissen op de hoogte
houden. Mijn werkzaamheden in het kamp veroorloofden mij ook
om kennis te nemen van de administratie, hoewel dit laatste
zeer omzichtig moest plaatsvinden, teneinde geen achterdocht
te wekken bij de aldaar werkzaam zijnde SS -lieden. Op de
morgen van 24 november 1943 kwam men mij - terwijl ik nog
in bed lag - waarschuwen dat er drie meisjes in het kamp waren
binnengebracht. Daar in het kamp Sachsenhausen nog geen afdeling
voor vrouwen bestond, was dit een bijzonderheid en trok dit
voorval de aandacht. Ik kleedde mij snel aan, teneinde te
trachten iets naders aangaande deze meisjes te weten te komen.
Het binnenkomen van deze drie meisjes werd eveneens geconstateerd
door de politieke gevangene Halvard Lange, lid van het bestuur
van de Noorse Arbeiderspartij en door Leo Skrzipcynski, van
beroep bedrijfseconoom, wonende te Berlijn-Dahlem en thans
minister-president in het Sjoekow-kabinet. Kort daarna zag
ik de drie meisjes in de richting van het executieterrein
lopen en begreep ik dat haar laatste uur geslagen had. De
executie zelf heb ik niet gezien, doch het is mij gelukt om
enige tijd na de executie het crematorium - waarheen de lijken
van geëxecuteerden werden vervoerd - binnen te dringen, waar
ik de lijken van de drie meisjes heb gezien. Daar het onder
de gevangenen een publiek geheim was, dat de personen die
in het crematorium werkten en die zonder uitzondering boeven
van het laagste soort waren, zich niet ontzagen lijken te
schenden, door deze dienstbaar te maken aan de bevrediging
van hun sexuele gevoelens, lette ik bij mijn bezoek aan het
crematorium speciaal op de lijken van de drie meisjes. Hoewel
ik het niet heb gezien en ik het ook op andere wijze niet
kan bewijzen, staat het voor mij vast - gelet op de houding
van de lijken - dat de meisjes na haar dood zijn verkracht.
Ik zag alle drie de lijken namelijk ruggelings op een bank
liggen en wel zoodanig, dat de geslacht sd elen zich aan het
uiteinde van de bank bevonden, terwijl de benen uit elkaar
waren gespreid. Later heb ik in de administratie van het kamp
de stukken betreffende de executies van de drie meisjes gevonden
en bleek mij, dat zij genaamd waren, Reina Prinsen Geerligs,
Nel Hissink- van den Brink en Truus van Lier. Het is mogelijk,
dat deze gegevens en speciaal wat betreft de voornamen, niet
volledig zijn, omdat het mij onder de gegeven omstandigheden
niet mogelijk was aanteekeningen uit de stukken te maken en
ik dus uitsluitend op mijn geheugen ben afgegaan. In het bij
de stukken aanwezige rapport heb ik gelezen, dat deze executie
was gegrond op ‘Feindbegünstigung’ en ‘Organisierung der Widerstandsbewegung’.
Voorts bleek het vonnis uitgesproken te zijn door generaal
der SS Erich Kaltenbrunner, terwijl de meisjes naar het executieterrein
werden gebracht door den Stabsscharführer Schumann, in opdracht
van den kampkommandant Kaindl. De executie werd geregistreerd
door den chef van den ‘Politieken Dienst’, Hauptscharführer
Kurt Erdman, in opdracht van zijn chef Dr. Berndorff. Na mijn
terugkeer in Nederland, heb ik de familie Prinsen Geerligs
schriftelijk met het verscheiden van hun dochter in kennis
gesteld, doch ik heb mijn vermoedens aangaande de handelingen
met het lijk gepleegd, opzettelijk verzwegen, omdat ik het
voor de nabestaanden te pijnlijk achtte deze lugubere bijzonderheden
mede te delen.’
Op
Maandag 24 november 1947 werd de Reina Prinsen Geerligsprijs
voor het eerst uitgereikt aan debutant Simon van het Reve
voor zijn boek De Avonden .
Aan het slot van de prijsuitreiking riep de vader van Reina
Prinsen Geerligs de jonge schrijvers op zich in te zetten
voor een betere wereld, waarvoor zijn dochter, Truus van Lier,
Nel Hissink-van den Brink en hun vele jeugdige medestrijders
vochten en hun leven gaven.
Tijdens het schrijven van dit boek kwam regelmatig de gedachte
bij me op, wat het voor mij - of de maatschappij, of de Nederlandse
cultuur - betekend zou hebben als mensen als Jan Wolkers,
Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, Harry Mulisch, Wim Kan,
Joop den Uyl, vul maar aan, op jonge leeftijd zouden zijn
overleden. Hun invloed is groot geweest, velen hebben ze gedeeltelijk
gevormd, of op z’n minst vermaakt. Bij CS -6 zaten opvallend
veel jonge, talentvolle mensen; we hebben het na de oorlog
helaas moeten doen zonder hun geschriften, politieke ideeën
en sociale invloeden. We weten niet wat we missen.
Naar
boven
|