| Toerist
in eigen stad
De
goochelaar
Naast
een bouwcontainer, aan de rand van Meerleveld, staan vier
mannen een biertje te drinken rond een krat Heineken. Als
een hellehond ligt een rottweiler aan de voeten van zijn baas.
Het is elf uur in de morgen en ik kijk, verbaasd en iets te
lang, naar het tafereel.
‘Loop door joh,’ schreeuwt een van hen. De anderen kijken
me aan. Ook de hond draait zijn hoofd in mijn richting. Ik
hou de krentenbol die ik consumeer omhoog en roep dat ik nog
aan het ontbijt ben, maar zij kennelijk al aan de lunch.
‘Krijg de tyfus man,’ roepen ze in koor. De hond staat op.
Een bord vermeldt dat er wordt gesloopt en gebouwd, hopelijk
in die volgorde. Ik passeer bedrijfsbusjes met geruststellende
namen als Bik Sloopwerken en De Gier Kraanverhuur.
Om de middenstand te verheffen wordt er vermeld dat oom Ko
gaat goochelen. Zorgvuldig stalt hij zijn magische voorwerpen
uit. Twee meisjes kijken gespannen toe en zouden wel willen
dat oom Ko gaat beginnen. Hij legt allerlei touwen met knopen
op een tafeltje. Achter het tafeltje hangt een paars, gekreukeld
gordijn. Daarachter zal hij verdwijnen of tevoorschijn komen.
Tot onze teleurstelling plaatst hij een kartonnen klok op
de uitstalling en zet de wijzers op twee uur. Nog anderhalf
uur wachten! Wie houdt dat vol? Oom Ko zeker niet, hij gaat
meteen langs de winkels lopen ijsberen.
Terwijl ik de buurt doorkruis, word ik aangetrokken door een
groepje mensen. Er heeft een ongeluk plaatsgevonden tussen
een auto en een motor. Maar er is iets vreemds aan de hand:
zowel de chauffeur van de auto als de berijder van de motor
hebben na het incident de benen genomen. Het is een wonder
dat de berijder van deze in felle kleuren geschilderde vuurpijl
nog in staat was tot vluchten. Ik schat het apparaat toch
gauw op zo’n vijfentwintigduizend gulden. Hij zal wel gestolen
zijn, oppert iemand.
‘Ik zat naar de scanner te
luisteren en ben meteen naar buiten gelopen,’ zegt een vrouwtje
op pantoffels. De helft van de inwoners van Rotterdam heeft
een scanner, concludeer ik na enige minuten. Waar blijft de
politie? Er wordt nu links en rechts gegist, nog even en de
waarheid is nooit meer te achterhalen. Want wat de één nog
als een mogelijkheid naar voren brengt, is bij de ander al
een feit. Eindelijk zien we een politiewagen, in dezelfde
kleuren als de motor. ‘Is dat meisje een politieagente?’ vraagt
iemand spottend. Iedereen heeft commentaar, maar als de agente
vraagt of er getuigen zijn, treedt geen van de aanwezigen
naar voren. De politie is hier niet de beste kameraad.
Kinderen rennen me opgewonden voorbij. Het is half twee. Nog
een half uur voor het optreden van oom Ko begint. Hij heeft
een doek over z’n spullen gelegd, maar is zelf in geen velden
of wegen te bekennen.
Als ik terugkeer bij Meerleveld staan de mannen er
nog.
Ik kan weer de tyfus krijgen.
|