Tekstbureau Idee & Uitvoering

  

Voorbeelden

Onder deze links vindt u verschillende voorbeelden van onze teksten.

Toespraak voor een jarige

Begrafenistoespraak voor een vader

Herinneringen van een oud-rechercheur

Fragment uit Coby, mijn zusje

Impressie van een reis

Herinneringen aan een oom

Dachau

Verloren Dagen

Reina Prinsen Geerligs

Brochure Ruud Visser

Toerist in eigen stad

Begrafenistoespraak voor een vader

Namens mijn broer wil ik u eerst bedanken voor uw aanwezigheid.
Als iemand 90 jaar wordt en overlijdt op de wijze zoals mijn vader, zonder ziekte, zonder pijn, dan moet je ook tevreden zijn, hoewel de laatste dagen toch niet meevielen. Zelf zei hij het kort voor zijn dood zo: Ik heb geen vader meer, ik heb geen moeder meer. Niemand die mij nog kent.

We hebben hem zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen, maar uiteindelijk kon het niet meer. Hij begon te dementeren en viel ook voortdurend. Een paar keer heeft hij de hele nacht op de grond gelegen. Hij moest dus verzorgd worden.
Een probleem was dat hij niet meer in aanmerking kwam voor een verzorgingstehuis, maar alleen voor verpleging. Zo kwam hij terecht op een afdeling voor demente bejaarden.
Omdat mijn broer en ik vonden dat hij daar eigenlijk te goed voor was hebben we bedongen dat hij de afdeling af mocht naar de recreatiezaal of het restaurant. Op een zondag werd ik gebeld dat hij was weggelopen en ik vond hem toen verward op straat op zoek naar de straat, waar hij in zijn jeugd heeft gewoond. Toen werd hem zijn laatste vrijheid ontnomen.

Hij had slecht naar zijn zin. Hoewel hij dementerend was heeft hij uiteindelijk besloten niet meer te eten en te drinken. En toen ging het snel. Hij vermagerde zienderogen en het was verschrikkelijk om dat sterke lichaam van hem te zien wegkwijnen, vandaar dat ik zijn dood ook als een bevrijding beschouw.

Toch waren er ook bijzondere momenten. Het was ontroerend om te zien hoe trouw hij aan zijn alleroudste gevoelens bleef, de liefde voor zijn vader en moeder en vooral ook zijn broer Aat, op wie hij steeds meer ging lijken. 'Komt mijn moeder nog?' vroeg hij dan. En als ik 'ja' zei, keek hij tevreden voor zich uit.

Wat ook bijzonder was, was dat hij minder dement leek te worden, naarmate zijn vasten voortduurde. Soms had hij heldere momenten en tot op het laatst bewaarde hij zijn humor en zijn weerbarstigheid. Ik ken niemand die zo zijn eigen spoor heeft getrokken in het leven als hij. Daarbij moest je niet voor zijn voeten lopen. Tot op de laatste dag balde hij zijn vuisten en hield zijn armen in een bokshouding.

In mijn jeugd heb ik het een keer meegemaakt dat een automobilist zijn auto midden op de weg voor ons wilde laten staan en maling aan hem had toen hij toeterde dat hij moest doorrijden. Daarop gaf mijn vader gas en duwde de wagen met de wanhopige man erin de straat uit.

Met de dood van mijn vader verdwijnt ook een stuk geschiedenis, namelijk die van Rotterdam. Hij kon geweldige verhalen vertellen toen ik klein was. Van die vreemde voorvalletjes in zijn jeugd, hoe ze voetbalden en knokten en gokten en hoe hij met zijn moeder meeging om de school schoon te maken. En over zijn vader die met de geit naar de kroeg ging en een geslachte kat als konijn verkocht. Of dat verhaal van zijn broer en de fles genever. Hun vader had in de oorlog een fles genever, en pa's broer kon daar niet met zijn vingers vanaf blijven. Dus nam hij steeds een glaasje en vulde dat weer aan met een beetje water. Dat ging zo door tot de hele fles vol water zat. Op een dag verkocht hun vader de fles genever. Trots dat hij er zelf met zijn vingers vanaf was gebleven, want ook opa lustte wel een borreltje. Even later kwam de koper vloekend terug. 'Wat heb je nou gedaan? Je hebt de boel bedonderd.'
Het vertelde altijd verhalen, prachtige, volkse verhalen met veel humor, waarnaar ik altijd graag heb geluisterd.
Hij zong ook vaak een liedje uit zijn jeugd. Op elfjarige leeftijd moest hij in een meubelfabriek werken, zoals dat toen ging.

Donderdag oh donderdag
De mooiste dag der dagen
Des morgens nog een halve week
En 's avonds nog twee dagen

Ik denk dat hij heel erg gelukkig is geweest in zijn jeugd. Hij was ook een leuke vriend, denk ik. Maar de wereld daarna was toch niet helemaal meer van hem.

Vooral de slagerij werd zijn domein. En hij kon er ook maar geen afscheid van nemen. Ook niet toen Wim de zaak van hem overnam. Hij heeft er tot zijn 84 ste gewerkt en wist natuurlijk altijd beter hoe het moest.

Hij was geen man met wie je een gesprek kon voeren. Of die belangstellend naar je informeerde. Dus dat moest je ook niet van hem verlangen. Hij was op zijn best met kaarten, dan kon je erg met hem lachen. Hij was ook bescheiden en eiste nooit iets van ons. Als je hem bezocht was hij altijd dankbaar.

Er is een verhaal dat altijd een bijzondere betekenis voor mij heeft gehad en waar ik nog vaak aan denk. Dat gaat als volgt.

In de oorlog fietste hij van Delft waar ons gezin woonde naar Rotterdam waar hij als slagersknecht werkte. Hij reed dan altijd over een pad door het weiland. Dag in dag uit. De zomer ging voorbij, de herfst en toen werd het hongerwinter. Altijd over dat pad, heen en weer. En op een dag, het had gesneeuwd, reed er iemand hem tegemoet. Het was koud en hij fietste hard. Die tegenligger kwam dichterbij. Maar hij wilde niet voor hem uitwijken. Het was tenslotte zijn pad. En toen fietsten ze keihard tegen elkaar aan, waardoor ze in het weiland vielen. Daarop ontstond er een verschrikkelijk gevecht. Mijn vader was ontzettend sterk, maar die kerel kon er ook wat van. En het duurde maar en duurde maar. Ze zaten onder de modder en sneeuw. Op een gegeven zei mijn vader: Wat zijn we eigenlijk aan het doen? Het is oorlog en wij zijn hier aan het vechten. Toen hebben ze elkaar een hand gegeven en zijn weer doorgereden.

Naar boven

 

 

Tekstidee & Uitvoering Beukelsweg 63 B 3022 GD Rotterdam Tel: +310 477 23 67 Email: Mail ons