Voorbeelden
Onder deze
links vindt u verschillende voorbeelden van onze teksten.
Toespraak
voor een jarige
Begrafenistoespraak voor een vader
Herinneringen van een oud-rechercheur
Fragment uit Coby, mijn zusje
Impressie van een reis
Herinneringen aan een oom
Dachau
Verloren
Dagen
Reina
Prinsen Geerligs
Brochure
Ruud Visser
Toerist
in eigen stad
|
Herinneringen aan een oom
Ik heb veel dierbare herinneringen aan
Cor. Ik heb van hem geleerd wat humor was. Ik heb ook
gezien wat drank iemand aan kan doen, maar dat was later.
Hij was iemand die durfde te leven. Maar het belangrijkste
was; hij was gewoon aardig voor mij toen ik een kind
was.
In
ons gezin noemden we hem Cor van Binnenweg, omdat hij
samenwoonde met tante Sjaan, die op de Binnenweg woonde.
Op zondag gingen we vaak met hen rijden. Meestal naar
Delft, waar mijn vader geboren was. Het was vooral gezellig
dankzij Cor. Heimelijk stelde ik me voor dat we met
hem in een huis woonden. Er was geen volwassene die
zo aardig voor me was als hij. Hij was privé-chauffeur
van een havenbaron en reed in een zwarte chevrolet met
elektrische ramen. Hij haalde me wel eens op als hij
een pakketje moest wegbrengen en dan zongen we: vader
waarom hebben de giraffen toch zo hele lange nek.
Op
een keer stapte de vrouw van de baron in. ‘Dit
is mijn neefje,’ zei hij, ‘en die houdt
veel van kip. Kip, kip, kip, mijn neefje wil kip,’
zong hij en knipoogde naar me.
Op
een zondag stapte tante Sjaan huilend in de auto. ‘Waar
is Cor?’ vroeg mijn moeder.
‘Die schoft is vannacht niet thuisgekomen.’
‘Moet je dan de politie niet bellen?’
‘Waarom? Die zuiplap ligt gewoon ergens lazarus.’
‘Wat moet ik doen?’ vroeg mijn vader.
‘Niks, rijden maar,’ zei Sjaan. We maken
er gewoon een gezellige dag van.’ Ze veegde haar
wangen schoon.
Het
werd geen gezellige dag natuurlijk. Zwijgend reden we
rond, zwijgend zaten we in het restaurant. De volgende
morgen vroeg belde Sjaan op en zei dat hij er nog steeds
niet was. Op woensdag reed ik met mijn moeder naar haar
huis. Er was nieuws van Cor. Sjaan stond huilend boven
aan de trap.
‘Die schoft is er met de vrouw van zijn directeur
vandoor,’ zei ze. Snikkend en snuivend vertelde
ze wat ze had gehoord. Cor was met de vrouw van de directeur
in de chevrolet naar Cannes gereden.
‘Cannes,’ herhaalde mijn moeder vol ongeloof.
‘In Zuid-Frankrijk?’
De vrouw van de directeur; chevrolet; Zuid-Frankrijk,
deze woorden werden in de weken die volgden regelmatig
herhaald.
‘Ze is natuurlijk voor zijn charmes bezweken,’
zei mijn vader.
‘Die Sjaan is ook zo’n zeikerd,’ vond
mijn moeder.
Zonder
het volmondig toe te geven hadden we allemaal partij
voor Cor gekozen.
Na vier maanden hoorden we het volgende: drie maanden
hadden Cor en de vrouw in de duurste hotels geleefd
tot het geld op was. De baron had toen z’n vrouw
opgehaald en Cor geld gegeven om weg te blijven of te
zwijgen over wat was voorgevallen. Cor was daarna gaan
zwerven en tijdens een dronkenschap had hij dienst in
het Vreemdelingen legioen genomen.
Cor
van de Binnenweg in het Vreemdelingenlegioen. Iedereen
had het erover. Mijn vader wist het zeker: ‘Het
Vreemdelingen legioen, daar kom je nooit meer uit.’
Ik probeerde het me voor te stellen; Cor in de woestijn,
in de hitte, tussen al die boeven, met zijn mooie schoenen.
Er gingen een paar maanden voorbij, waarin we niets
meer over Cor hoorden. We maakten onze tochtjes op zondag,
maar niemand die zich nog amuseerde.
Op een zondag stapte Sjaan opgewonden in.
‘Cor
is terug,’ zei ze.
‘Wat?’
We keken haar alledrie verbaasd aan.
‘Ik zag hem gisteravond aan de overkant staan.’
Ze wees naar de hoek. We volgden haar vinger, maar hij
stond er niet.
‘Weet je dat wel zeker?’ zei mijn vader.
‘Het
Vreemdelingen legioen, daar kom je nooit meer uit.’
Naar
boven
|